zondag 25 december 2016

25 december: Roma chiusa

Centrale Montemartini
Wij zijn van zeer veel informatie voorzien op reis gegaan. Vooral Margrieta had pagina's vol Geheimtipps van allerlei goed ingewijde collega's bij zich. Dat kwam deze dag uitstekend van pas, want we hadden al eerder geconstateerd dat op 25 december zo goed als alles dicht is. Zo niet de Centrale Montemartini, een museum buiten het centrum dat mag gelden als gerestaureerd industrieel erfgoed.

Bij deze gelegenheid probeerden we meteen eens een nieuw vervoermiddel uit, of eigenlijk een nieuwe variatie op een oud vervoermiddel: Über (eigenlijk zonder umlaut, maar daar kan ik niet aan wennen), oftewel taxi per app. Tijdens de studiereis door Singapore en Maleisië had ik de kunst afgekeken van de studenten, hoog tijd deze in de praktijk te brengen. Niet echt goedkoop, wel uiterst praktisch, zo bleek al snel toen we in no time voor een van tevoren afgesproken en volledig automatisch betaalde prijs op de plaats van bestemming waren.

Nadeel was wel dat al heel snel - feitelijk al op de weg er naartoe - bleek dat we ons huiswerk niet goed gedaan hadden: de website van de Centrale vermeldde wel degelijk dat ook dit museum gewoon hardstikke dicht was. En dat was dus ook zo. Nu wreekte zich natuurlijk de ligging, middenin een gebied met ander industrieel erfgoed dat nog geen oppoetsbeurt had gekregen. Niet een buurt die uitnodigde tot een lange wandeling, hoe zonnig het ook was. Misschien hadden we de taxichauffeur rechtsomkeert kunnen laten maken, maar om Über niet meteen te überstrapazieren kozen we voor het dichtstbijzijnde metrostation, Piramide, dat niet meer dan tien minuten lopen bleek te zijn. In een uitgestorven station konden we in alle rust uitvinden hoe de ticketautomaat werkte en hoe we de gebrekkige richtingborden moesten lezen; vervolgens in een zo goed als lege trein naar het Colosseo voor poging twee om op eerste kerstdag een waardigheid te bezien.

Gouden huis, gereconstrueerd (origineel hier)
De waardigheid in kwestie was een herkansing van de Domus Aurea. Nadere bestudering van de informatie op het alwetende Internet had namelijk aan het licht gebracht dat wat wij gisteren voor Nero's huis hadden aangezien niets meer was dan een badhuis dat Trajanus er bovenop had laten zetten nadat hij eerst de restanten van Nero's gehate huis onder een heuvel had bedolven. In welke heuvel dankzij de begraven ligging datzelfde huis wonderwel bewaard was gebleven. Verder vermeldde de website wel 1 januari maar niet 25 december als dichte dag, ergo...

Deductie is riskant, zo bleek. Op de heuvel niet meer dan een paar hardlopers en hondenuitlaters. Niks gouden huis!

Niet getreurd, een nieuwe set plannen was snel opgesteld. Van waaruit wij zaten konden we een slalom maken rond Colosseum en Palatijn, over het Circus Maximus naar de Santa Sabina, een kerkje op een volgende heuvel met een befaamde blik over de Tiber richting Sint Pieter. Nieuwe plekjes!

Uitzicht vanaf Santa Sabina (rechts de koepel van de St. Pieter)
Het Circus is een indrukwekkend lange renbaan voor paardenspannen, zonder overdreven veel restanten van de tribunes van destijds. Een tweetal obelisken staan inmiddels allang elders in de stad. De langgerekte ovaal van de renbaan dient als kuierpad voor een zondagochtendwandeling met het hele gezin. De Santa Sabina is een van de drie of vier kerkjes op de Aventijnse heuvel. Vooruit, een basiliekje. Ernaast een sinaasappelboomgaard met ook andere, hoge en bovenaan afgeplatte bomen van een hier veel geziene soort, die we met behulp van het alwetende internet determineerden als pijnbomen (later gepreciseerd naar parasoldennen). Wat een grote bomen groeien er uit die kleine pitten! Het uitzicht op de Sint Pieter dient eigenlijk genoten te worden via een sleutelgat, zo had een collega van mij me op het hart gedrukt. Overal gezocht, maar geen sleutelgat te ontwaren. Dus maar direct gekeken, en het uitzicht de moeite waard bevonden.

Bocca della Verita (origineel hier)
Vanaf de Aventijn voert een pad omlaag naar de Bocca della Verita, dus die konden we mooi ook even meepikken. Tenminste, dat dachten we. Het geval wil echter dat deze mond echt als enige attractie in Rome open was, zodat de toeristen er als vliegen op afgekomen waren. Honderd Aziaten op rij keer vijftien seconden per foto maakt langer dan wij wilden wachten. Voort, voort!

De dag werd zo een aaneengeregen snoer van kleine pareltjes, met daartussen stukken genoeglijk perambuleren in de zon. Vanuit de Bocca ben je in een wip de Tiber over, en Overtiber staat bekend om zijn restaurantjes en uitgaansleven. Voor uitgaansleven was het nog aan de vroege kant, maar voor lunch was het inmiddels de perfecte tijd. Via nog steeds toeristenluwe straatjes belandden we bij een aardig uitziend etablissement, waar de ene kellner ons tot ongenoegen van de andere onmiddellijk een tafeltje voor twee gunde.

Triumphs and Laments
De polenta bleef wat achter bij de verwachtingen en de ravioli was kwalitatief in orde maar kwantitatief minder. Toch liepen we de beginnende schemer welgemoed in, een pareltje verder, naar een heel apart project bestaande uit decoraties op een paar honderd meter lang stuk van de 6 meter hoge muur van de Tiber. Het aparte is vooral dat deze decoraties gevormd zijn door lokaal wegspuiten van het smeer en de troep die zich in de loop der decennia op die muren heeft verzameld. Een soort inverse graffiti dus. Het was onthuld in april onder de titel “Triumphs and Laments” en de karige hoeveelheid naspeurbare  informatie liet in het midden of er nog wat van over was en waar je precies moest zijn, maar met wat fortuinlijk giswerk kwamen we meteen aan de juiste (nl. oost)kant van de rivier op de juiste hoogte uit om bij de laatste restjes daglicht dit verreweg modernste grote kunstwerk van Rome te aanschouwen. Volstrekt als enigen liepen we over de met bladeren bedekte onderkade en probeerden we te ontraadselen wat we aan de overkant zagen, met wissel succes. Meer bijzonder dan mooi, dit.

Er waren inmiddels heel wat uren verstreken, en de voeten voelden de kilometers. Een mooi moment om huiswaarts te keren, ons daar even op te frissen en ons geluk te proberen met de horeca (vooral re) in de Via Urbana. Dat geluk was ons welgezind, goed gevuld legden we ons al snel daarna te rusten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten